Het is een publieksgeheim, de zee, marines zijn tot een discipline binnen de schilderkunst geworden. Marines schilderen kan  vlug tot een cliché verworden, maar De Mey toont ons ‘zijn’ zee. Hij stopt zijn bewondering voor de grote schilders uit het verleden niet onder stoelen of banken, maar ze dienen eerder als inspiratiebron.

 In zijn werken wisselt hij donkere paletten, met grijze en zwarte kleuren af met lichtere witte of blauwe tinten af. De Mey schildert dik, geladen. Het oppervlak, de spiegel van de schilderijen is als een bewegende korst, een textuur die ons terugvoert naar het ongrijpbare van de zee.  De dikke laag verraadt zijn aandacht voor de materie, voor materialen en verenigt binnen hetzelfde beeldvak, hemel zee, maar ook mensen, dieren of machines. In zijn werken onderscheidt de diverse objecten, realiteiten niet. Integendeel het verbindt ze, maakt ze één. Het is immers in de eerste plaats verf,  beeld illusie, ontsproten aan de geest van de schilder.

Zijn schilderijen zijn uitgesproken tactiel en dit niet enkel op het niveau van de aangewende verf. In verscheidene werken verschijnt de onderliggende drager aan de oppervlakte van het schilderij.  De Mey speelt met de kwaliteiten van de verf, de kunstgeschiedenis, met de compositie en dus ook met ons perceptievermogen. .

De Mey vermengt  ‘zijn’ .  Verven, kleuren kunnen de illusie van bijvoorbeeld de pracht en de kracht van de zee benaderen, maar ze hebben ook een eigen wetmatigheid. Zo bemerken we soms binnen hetzelfde werk, zijn wens om de zee in haar substantie weer te geven en een wens om met de materiële werkelijkheid van de verf te spelen.

Liefde kan voor verwarring zorgen. De Mey voert ons in één beweging van de mooie verleidelijke einder, het klotsen van de golven of de stevige zeebries, terug naar de tastbare realiteit van zijn schildersambt en zijn liefde voor de zee.

Michel Dewilde